Make your own free website on Tripod.com

Het houden en kweken van discusvissen 


 

Symphysodon Aequifasiatus, foto: Detaellenaere John


Velen beschouwen de discus als één van de moeilijkste vissen die er zijn, dit is misschien waar als het om kweken gaat, maar zeker niet als het gaat om deze te houden in een gezelschapbak, trouwens, wie kan me zeggen ooit een discus te hebben gezien met witte stip of schimmel ??? 
Een discus is voor mij een ijzersterke vis als je hem goed verzorgd, in de vele jaren dat ik discussen heb gehouden en gekweekt, is me dit nooit overkomen, waarom is dit dan zo een probleem om deze met succes te houden, of zelfs eens te kweken? 

De oorzaak ligt bij jezelf, vooreerst moeten we weten dat deze vissen een rustige bak nodig hebben met wat schuilplaatsen in de vorm van een hoge beplanting en wat kienhout, zeer beweeglijke vissen die agressief heen en weer zwemmen horen daar zeker niet in thuis, ik heb jarenlang een bak gehad met enkel een zestal volwassen discusvissen (mijn bak is twee meter) en een schooltje van ongeveer 100 kardinaals erbij, meer niet, stel je voor, ik had dus twee soorten vissen in een bak van 500 liter.
Het was een schouwspel dit te zien, mijn discussen zwommen langzaam heen en weer, gevolgd door als het ware een blauwe wolk van kardinaals die er rustig achter zwommen, waar vind je nu nog een bak met twee of drie soorten vissen? 
Velen willen een komplete verzameling houden van alle soorten vissen, misschien wel mooi in het begin, maar lang zal het zeker niet duren vooraleer de miserie begint. 

Terug naar de discus, hij houd van zacht, licht zuur water, een PH van 6 à 6,5 en een hardheid van ongeveer 10 DH, lichtjes aangezuurd over turf, levend voedsel als rode muggenlarven heb ik weinig gegeven, omdat je dan sommige bacteriën, aanwezig in de natuur, mee in de bak brengt, wel gaf ik wekelijks enchytrëen die ik zelf kweekte (waar vind je die nog? Laat iets weten!! )
Bij de aanschaf moet je er wel op letten dat de dieren niet zwart zitten met de vinnen toe, hij moet gezond zijn, niet mager, en rustig heen en weer zwemmen met al zijn vinnen open, ook moet je oppassen of er geen sporen zijn van de gaatjesziekte, dat zie je op zijn kop. 
Maar het belangrijkste is te zien of ze geen witte stoelgang hebben, want dit is wel de meest gevreesde ziekte die je bij een discus kan hebben, de ziekte bestrijden is bijna onmogelijk en zeer besmettelijk, is de stoelgang zwart, dan is alles oké.
Vanzelf krijgt hij deze ziekte niet, die word gewoonlijk meegebracht in het water waar besmette dieren reeds in leefden, pas dus goed op met het uitwisselen van discussen met andere liefhebbers, want die zullen meestal van niets weten, - of "doen alsof hun neus bloed". 

Ook moet je weten dat een discus de ganse dag door kan eten, hij eet dus veel, maar traag, je kan zich dus voorstellen mochten er in je bak veel snelle eters zitten (of moet ik zeggen boefers), dat er dan na vijf minuten niets meer overschiet voor je discussen, vandaar dat ze zich gaan verschuilen of wegsteken, en wegkwijnen tot ze bijna zwart van kleur zijn, eens een discus donker kleurt, is het meestal te laat, zorg dus dat er voor hem ook iets overschiet, en zijn tijd kan nemen om te eten.

Als je op al deze punten let, zul je wel zien, dat er op de een of andere dag zich een koppel gaat vormen, door zich een territorium te gaan uitzoeken en de anderen proberen weg te jagen, een vrouwtje kiest haar mannetje zelf tot de dood hen scheid, het is dus aangeraden er een aantal te hebben wilt u er eventueel uit kweken, als ze zich goed voelen en een voldoende afwisselend menu krijgen, zullen ze vanzelf wel tot de paring overgaan, hoe zou je zelf zijn, eens je dat ziet is het tijd om het koppel eruit te halen, of dat denken we tenminste, want stel je voor dat je over vijf discussen beschikt waar geen enkel mannetje bij is, dat zou best kunnen, dan is het heel goed mogelijk dat er lesbische neigingen gebeuren bij gebrek aan een man, je bent dus maar zeker van een koppel als u eens levende larven van hun eieren of jongen hebt gezien, ervaren discuskwekers kunnen bijna op voorhand zien of het hier om een vrouwtje, of over een mannetje gaat, bij de eiafzetting is het al zichtbaar aan hun "intieme delen", daarenboven is bij een man de kop veel zwaarder en ronder van bouw als dit van een vrouwtje, ook de rugvin komt uit op een punt, terwijl van een vrouwtje de rugvin meer is afgerond, in een gezelschapbak kan er gerust overgegaan worden tot eiafzetting, maar als er zalmvissen in je bak zitten zijn deze meteen geroofd, voor hen is dit kaviaar.

Het is dus best, eens dat je er zeker van bent dat je over een koppel beschikt, deze in een aparte en lege bak te verhuizen met een omgekeerde kegel erin, na een paar dagen wennen aan de nieuwe bak, en bij een temperatuur van rond de 28° C breng je de geleidbaarheid (zoutgehalte) door middel van een ionenwisselaar (een osmosetoestel kan ook), van 600 ms. naar beneden tot onder de 100 MS, en de paring schiet vanzelf opgang, op deze manier kan je bijna zelf bepalen wanneer je ze tot paring wil zien overgaan, en dan doen ze dat ook, het koppel begint dan grondig die kegel te poetsen en zelfs weg te duwen tot die op de voor hen geschikte plaats staat, het spektakel kan nu beginnen, het mannetje pronkt als een koning in al zijn schoonheid, siddert met zijn ganse lichaam met de vinnen gespreid voor het vrouwtje, bij het vrouwtje ziet u de legbuis naar buiten komen, het vrouwtje legt een rij eieren af van beneden naar boven, gevolgd door het mannetje die ze dan onmiddellijk bevrucht, dit gaat zo door tot alle eieren zijn afgezet, de paring kan soms meer dan een uur duren (bij ons toch ook), als resultaat ziet u een pak (200 à 400) licht bruine eieren van ongeveer een millimeter groot op die kegel liggen, een goed koppel zal zijn eieren zelden of nooit opeten, indien ze dat wel doen, dan wil dit zeggen dat ze het alleen maar doen voor de seks (doen we toch ook) en niet om voor nakomelingen te zorgen, een koppel die zijn eieren opeet, betekent meestal dat ze er gewoonweg niet klaar voor zijn, en dit omdat ze het juiste voedsel niet kregen.

Na een dag ziet u dat de eieren donkerbruin van kleur zijn, dit wil zeggen dat de eieren bevrucht zijn, tussen de eieren kunnen er ook enkele witte liggen, wat er op wijst dat deze niet bevrucht zijn, die halen de ouders er zelf wel uit. 
Na 48 uur merkt u dat de eieren stilaan in larven veranderen en als het ware bewegen, de beide ouders waaien voortdurend met hun vinnen over de eitjes en larven om de nodige zuurstof geven, je kan nu reeds spreken over een geslaagde kweek, nu moet je zeker en langzaam, ononderbroken gedurende een 2 tal dagen, de geleidbaarheid weer opvoeren tot rond de 600 ms., want dit zeer zachte water (die enkel dient om tot eiafzetting over te gaan) is te kwetsbaar voor ons jong broed.
De kritische ogenblikken zijn nu voorbij, na een vijftal dagen zie je dat er al enkele larven op de huid van de ouders zitten, dit is het eerste onmisbaar voedsel dat ze nodig hebben, inderdaad, de eerste drie dagen eten ze enkel dit voedsel, een soort secreet of slijmhuid, dit zie je goed wanneer je de discussen van langs achter bekijkt, dan merkt u een soort fluweelachtige huid, dit is dat onmisbare voedsel voor onze jonge discussen die er wel een maand van eten. 
Na een drietal dagen kan men reeds artemia gaan voederen, en let er op of ze het wel opeten, indien ja, dan geef je dit 2 tot 3 maal daags.
Door een snelle voorwaartse beweging schudden de ouders de jongen van zich af, om op de huid van de andere ouder te gaan zitten, en elkaar zo aflossen, na een maand zijn de ouders als het ware volledig in vlekken, geen paniek, dit is van het secreet die de jongen er af gegeten hebben, ondertussen hebben ze reeds geleerd om artemia en kleine watervlooitjes te eten, na een maand zijn onze jongen reeds 2 cm. groot, je merkt dat de jongen niet meer zoveel op die huid van de ouders zitten en ze dus zelfstandig kunnen eten, toch geef ik u een gouden raad, de jongen bij de ouders te laten tot zolang ze van dit secreet nog eten, het is nogmaals het onmisbaarste voedsel dat die jongen nodig hebben, willen ze uitgroeien tot mooie exemplaren, na vijf of zes weken verhuisde ik de jongen naar een grotere bak, de mooiste jongen die het snelst groeiden werden dan nog maar eens apart verder opgekweekt om eventueel na een 15 tal maanden nieuwe koppels te vormen, en zo maar verder.

De ouders laten we nu best een drietal weken met rust, en doen we zoals de duivenmelkers, die steken hun duiven toch ook eerst op weduwschap willen ze in de prijzen komen.
Bij onze discussen is het net hetzelfde, steek desnoods een scheiding in je bak zodat ze elkaar wel zien, maar niet kunnen paren, ze zullen zo hitsig zijn om opnieuw te paren wanneer ze weer samen zwemmen, want eens ze er mee beginnen, weten ze gewoon van geen ophouden meer (ik ken er ook zulke).

Ik hoop u enkele tips te hebben kunnen geven, laat je niet afschrikken voor een kweekje van discusvissen als je er zin in heeft, het loont beslist de moeite, gewoon doen, en veel succes.

Arsène Vanheuverswijn, Roeselare
Copyright ©
Overname van dit artikel / foto is  toegelaten mits bronvermelding.
Foto: Symphysodon Aequifasiatus. Fotograaf: Detaellenaere John.


In samenwerking met

24/10/2001